De methodiek

De Bloom-methode

Elk Bloom-programma volgt dezelfde vijf stappen. De opdrachten verschillen per leeftijd en locatie, het ritme niet: eerst durven beginnen, dan maken, samenwerken, uitspreken en laten zien.

De Bloom-methode

Vijf woorden.
Elke Bloom-dag opnieuw.

01

PROBEER

Durven beginnen, ook als je het nog niet kunt.

Handen van een meid die haar eerste idee op een post-it schrijft
02

MAAK

Iets zelf maken dat er echt staat.

Meiden maken samen iets van gekleurd materiaal
03

VERBIND

Samenwerken, vastlopen en er samen uitkomen.

Meiden overleggen in een kring
04

SPREEK

Je idee hardop durven zeggen.

Een meid vertelt haar idee aan de groep
05

STRAAL

Laten zien wat je hebt gemaakt.

Een meid presenteert haar werk en wordt toegejuicht
Handen van meiden die samen iets maken van gekleurd papier

Waarom deze volgorde

Eerst doen, dan durven.

Presenteren begint niet bij het podium, maar bij iets hebben dat je wilt laten zien. Daarom staat maken vóór spreken: wie een half uur aan haar eigen ontwerp heeft gewerkt, vertelt er makkelijker over.

Samenwerken zit bewust in het midden. Meiden verdelen rollen, lopen vast en komen er samen weer uit — precies het moment waarop een groep aan elkaar went.

De dag eindigt altijd met straal: een moment waarop elke meid iets laat zien. Applaus hoort erbij.

Contact

Benieuwd hoe dit bij jullie werkt?

Vertel kort over je organisatie of groep, dan leggen we uit hoe een programma eruitziet.

  • Geen gegevens van kinderen nodig.
  • Vrijblijvende aanvraag.

Liever direct contact?
+31 (0)6 46330542 · info@uforu.nl

Wij vragen nooit om persoonsgegevens van kinderen — alleen om aantallen.